ECLI:NL:HR:1999:AA4007
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig verkeersgedrag en causaal verband bij fietsongeval op verboden rijrichting
Op 22 juli 1991 vond een ongeval plaats op een fietspad te Leiden waarbij twee fietsers betrokken waren, waarvan één in de verboden rijrichting reed. De verzekeraar Gouda, gesubrogeerd in de rechten van de benadeelde fietser, vorderde schadevergoeding van de fietser die in de verboden richting reed wegens onrechtmatig handelen.
De Rechtbank wees de vordering toe bij verstek, maar na verzet en hoger beroep vernietigde het hof deze vonnissen en wees de vordering af, stellende dat het ongeval te wijten was aan het verkeersgedrag van de benadeelde fietser en dat het rijden in de verboden rijrichting daaraan niet afdeed.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de regel miskende dat het rijden in een verboden rijrichting een onrechtmatige gedraging is die het gevaar voor ongevallen vergroot en dat het causaal verband in beginsel gegeven is, tenzij de overtreder het tegendeel bewijst. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak voor nader onderzoek naar het hof in Amsterdam.
De Hoge Raad bevestigde dat het hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering volledig aan het oordeel van het hof onderwerpt en dat het hof ook na bewijslevering de vordering alsnog moet toetsen. De kosten van het cassatiegeding werden aan de overtreder opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar het hof in Amsterdam.