ECLI:NL:PHR:2001:ZD3019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling en aanbod bij onteigening Hogesnelheidslijn-Zuid
Deze zaak betreft de hoogte van de schadeloosstelling aan de eigenaar van een perceel dat deels is onteigend voor de aanleg van de Hogesnelheidslijn-Zuid en verbreding van Rijksweg 16. De Rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op ƒ 508.900, inclusief ƒ 25.000 voor waardevermindering van het niet onteigende deel. De Staat bood aan dit overblijvende deel over te nemen voor ƒ 27.500, terwijl deskundigen de waarde op ƒ 55.000 schatten.
De Hoge Raad stelt dat de Rechtbank ten onrechte het deskundigenoordeel slechts marginaal heeft getoetst en onvoldoende zelfstandig onderzoek heeft gedaan naar de waardevermindering. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het aanbod van de Staat om het overblijvende deel over te nemen niet als een redelijk en passend aanbod kan worden gezien dat de schadeloosstelling mag verminderen, omdat dit zou neerkomen op een oneigenlijke onteigening zonder geldige titel.
Verder wijst de Hoge Raad op de motiveringsplicht van de rechter en stelt dat hoewel het vonnis een rekenfout bevat, het duidelijk is wat de Rechtbank heeft bedoeld. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de waardevermindering van het overblijvende gedeelte.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de waardevermindering van het overblijvende perceel.