ECLI:NL:PHR:2002:AF0715
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening en voortzetting onderneming
In deze zaak gaat het om de onteigening van een hoekwinkelpand te 's-Gravenhage, waarin een slagerij werd geëxploiteerd door [verweerster]. De gemeente wilde het pand onteigenen in het kader van stadsvernieuwing. De Rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van verplaatsing van de onderneming, ondanks het advies van deskundigen die uitgingen van liquidatie.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de criteria voor het bepalen van schadeloosstelling bij onteigening, waarbij het uitgangspunt is dat de onteigende recht heeft op volledige schadeloosstelling. De vraag is of de schadeloosstelling moet worden berekend op basis van voortzetting van het bedrijf elders of op basis van liquidatie. De Hoge Raad benadrukt dat dit objectief moet worden beoordeeld, waarbij ook de persoonlijke omstandigheden en het redelijk handelend persoon criterium een rol spelen.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat voortzetting van de onderneming in dit geval het meest in de rede ligt, mede gelet op de winstcijfers en het inkomen van de echtgenoot van [verweerster]. De berekening van de aanloopschade door de Rechtbank wordt eveneens bevestigd.
Ten aanzien van de kosten van rechtsbijstand oordeelt de Hoge Raad dat de Rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen, en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de omvang van de toe te kennen kosten van rechtsbijstand.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de kosten van rechtsbijstand.