ECLI:NL:PHR:2001:ZD2667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overschrijding redelijke termijn bij hoger beroep verstekveroordeling
De zaak betreft een verdachte die in hoger beroep bij verstek is veroordeeld voor bijstandsfraude. Na het vonnis heeft het Openbaar Ministerie (OM) geen pogingen gedaan tot betekening van de verstekmededeling, noch is de verdachte op de opsporingslijst geplaatst.
Uit het historisch adressenoverzicht blijkt dat de verdachte tussen 1995 en 2000 grotendeels in het buitenland verbleef, maar in het eerste jaar na de veroordeling slechts anderhalve maand geen bekend adres had waar de mededeling betekend had kunnen worden. Desondanks heeft het OM gedurende vijf jaar en anderhalve maand geen enkele actie ondernomen om de verdachte te bereiken.
De Hoge Raad stelt dat deze totale inactivity van het OM een overschrijding van de redelijke termijn oplevert zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Hoewel een overschrijding meestal leidt tot strafvermindering, acht de Hoge Raad de situatie uitzonderlijk genoeg om het OM niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Hierbij weegt mee de periode waarop de tenlastelegging ziet en de zwaarte van de feiten.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn in de vervolging.