ECLI:NL:PHR:2001:AD4292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering Nederlandse onderdaan voor drugshandel aan Verenigde Staten
De zaak betreft het cassatieberoep tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Arnhem die de uitlevering van een Nederlandse onderdaan aan de Verenigde Staten toestond wegens betrokkenheid bij de productie en distributie van MDMA en heroïne. De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en voorbereidingshandelingen buiten het grondgebied van de VS.
De Hoge Raad oordeelt dat de uitlevering toelaatbaar is, ook al zijn de feiten buiten de VS gepleegd, omdat Nederland strafrechtsmacht heeft ten aanzien van soortgelijke feiten gepleegd door een Nederlander buiten Nederland. Dit volgt uit de uitleveringsverdragen en nationale wetgeving, waaronder de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het verweer dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, waaronder de inzet van Amerikaanse infiltratie op Nederlands grondgebied, en dat aanvullend bewijs had moeten worden gevraagd. Ook het ontbreken van garanties voor teruglevering en omzetting van straf werd niet als ontoelaatbaarheidsgrond erkend. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak alleen voor het nalaten van vermelding van bepaalde feiten en verdragsartikelen, maar verwierp het cassatieberoep verder.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering van de Nederlandse onderdaan aan de Verenigde Staten voor drugshandel en verwerpt het cassatieberoep.