ECLI:NL:PHR:2001:AB2314
Parket bij de Hoge Raad
- mr Wattel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over recht op zwijgen en omkering bewijslast bij fiscale boeteprocedure
De zaak betreft een belanghebbende die betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek wegens witwassen en valsheid in geschrifte, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek werd geseponeerd. Op basis van het strafrechtelijk onderzoek legde de fiscus naheffingsaanslagen met boete op, die later ambtshalve werden vernietigd. Vervolgens voerde de fiscus een boekenonderzoek uit waarbij de belanghebbende niet volledig meewerkte aan inzage- en informatieverzoeken.
Het Hof oordeelde dat het ging om een controleonderzoek en niet om een opsporingsonderzoek, en paste de omkering van de bewijslast toe wegens niet-naleving van administratieve verplichtingen. De belanghebbende stelde dat zijn recht op zwijgen en bescherming tegen gedwongen zelfincriminatie was geschonden en dat sprake was van détournement de pouvoir door de fiscus.
De Hoge Raad bevestigt dat belastingplichtigen ook bij verdenking strafbare feiten verplicht blijven medewerking te verlenen aan belastingheffing, maar dat het recht op zwijgen geldt voor verklaringen die onder dwang worden afgedwongen en dat bewijsmateriaal dat op ontoelaatbare wijze is verkregen, uitgesloten kan worden. De omkering van de bewijslast is niet van toepassing op de boeteoplegging; de fiscus moet daarvoor zelfstandig bewijs leveren. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar de bewijsvoering voor de boete.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de boete betreft en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de bewijsvoering voor de boete met uitsluiting van onder dwang verkregen verklaringen.