ECLI:NL:PHR:2001:AB0801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor schade door rechtmatige huiszoeking bij niet-verdachte
In deze zaak vordert [verweerster] schadevergoeding van de Staat wegens schade aan haar mestvarkensbedrijf door een huiszoeking in stallen die zij huurde, terwijl zij zelf nooit verdachte was. De huiszoeking was rechtmatig en gericht tegen de eigenaar van de stallen, die later werd veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de schade niet tot het normale bedrijfsrisico behoort en dat de Staat aansprakelijk is voor het onevenredige nadeel dat [verweerster] leed. De Hoge Raad bevestigt dat rechtmatige huiszoekingen een inbreuk op subjectieve rechten kunnen vormen, maar dat deze inbreuk gerechtvaardigd kan zijn door zwaarwegende maatschappelijke belangen.
De Hoge Raad benadrukt dat niet-verdachten schadevergoeding kunnen krijgen voor schade die zij onevenredig lijden vergeleken met gewone burgers, ook als de huiszoeking rechtmatig was. Onnodige schade door onzorgvuldig optreden moet altijd worden vergoed. De Staat kan niet worden gevrijwaard van aansprakelijkheid door de gedragingen van de verdachte. Het cassatieberoep van de Staat wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Staat en bevestigt dat de Staat aansprakelijk is voor het onevenredige nadeel dat een niet-verdachte lijdt door een rechtmatige huiszoeking.