ECLI:NL:PHR:2000:AA8719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aansprakelijkheid en bewijsvermoeden bij incasso lastgeving en verjaring in handelsgeschil
In deze civiele zaak vordert Sigillo betaling van een vordering van Intrepid op TTS, waarbij Sigillo optreedt als lasthebber tot incasso. TTS betwist de vordering onder meer met het verweer dat Intrepid niet (meer) bestaat en dat de vordering op Kenmark is verjaard. De rechtbank en het hof oordeelden dat de lastgeving geldig was, de verjaring tijdig was gestuit en dat Intrepid als rechtspersoon bestond, ondanks het ontbreken van inschrijving in het handelsregister en het ontbreken van nadere bewijsstukken van Sigillo.
TTS stelde dat Sigillo onvoldoende bewijs had geleverd van het bestaan van Intrepid en dat het hof ten onrechte voorbijging aan haar verzoek om nadere bescheiden. Ook voerde TTS aan dat Sigillo in strijd met de goede trouw handelde door niet eerst arbitrage te volgen, hetgeen het hof verwierp omdat de arbitrage was gefrustreerd door het niet betalen van het voorschot door Kenmark en TTS.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aannam dat Intrepid bestond en dat het op de weg van Sigillo lag om bewijs te leveren van het voortbestaan van Intrepid. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht aannam dat de verjaring was gestuit door de schriftelijke mededeling aan Kenmark. Het oordeel van het hof dat Sigillo niet in strijd met de goede trouw handelde wordt bevestigd. Het arrest wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek over het bestaan van Intrepid en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.