ECLI:NL:PHR:2000:AA7413
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing antimisbruikbepaling bij zetelverplaatsing dividendbelasting
De zaak betreft de fiscale behandeling van X B.V., een vennootschap die haar werkelijke leiding in januari 1989 van Nederland naar Aruba verplaatste. De vraag was of de antimisbruikbepaling in artikel 34, lid 2, tweede volzin van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) van toepassing is, waardoor Nederland ondanks de zetelverplaatsing dividendbelasting kan heffen.
De Hoge Raad bevestigt dat deze bepaling geldt indien de doorslaggevende reden voor de verplaatsing het onmogelijk maken van de heffing van dividendbelasting is. Dit geldt ook als die beweegreden niet bij de vennootschap zelf ligt, maar bij haar aandeelhouders of beleidsbepalers. De Hoge Raad stelt dat het Hof terecht aannam dat de verplaatsing van de werkelijke leiding in januari 1989 plaatsvond en dat deze niet slechts een gevolg was van de emigratie van de aandeelhouders.
De Hoge Raad wijst op de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie die duidelijk maken dat de antimisbruikbepaling een uitzondering vormt op de tie-breaker in de BRK en dat zij bedoeld is om misbruik door zetelverplaatsing te voorkomen. Het bewijs dat de verplaatsing vooral bedoeld was om dividendbelasting te ontwijken, werd door het Hof aannemelijk geacht en onvoldoende weerlegd door de belanghebbende.
De Hoge Raad verwerpt de motiveringsklachten over de feitelijke oordelen van het Hof en bevestigt dat de bewijslastverdeling en waardering van feiten correct zijn toegepast. De conclusie is dat de antimisbruikbepaling van artikel 34 lid 2 BRK Pro van toepassing is en dat de naheffingsaanslag dividendbelasting terecht is opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de antimisbruikbepaling van artikel 34 lid 2 BRK van toepassing is en handhaaft de naheffingsaanslag dividendbelasting.