ECLI:NL:PHR:2000:AA7365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Peildatum waardering bij verdeling huwelijksgemeenschap in echtscheidingsconvenant
In deze zaak gaat het om de vraag welk tijdstip geldt voor de waardering van de goederen en schulden bij verdeling van de huwelijksgemeenschap in een echtscheidingsconvenant dat vóór ontbinding van het huwelijk is gesloten. De vrouw stelde dat zij benadeeld was en dat de peildatum voor waardering niet de datum van het convenant maar de datum van ontbinding van het huwelijk moest zijn.
De rechtbank koos als peildatum de datum van het convenant, terwijl het hof de datum van ontbinding van de gemeenschap aanhield. De Hoge Raad bevestigt dat op grond van artikel 3:196 BW Pro de waardering moet plaatsvinden op het tijdstip van de feitelijke verdeling, wat in geval van een verdeling onder opschortende voorwaarde de datum van ontbinding van de gemeenschap is.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het convenant een verdeling onder opschortende voorwaarde betreft en dat de peildatum dus de datum van ontbinding is. De klacht dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de strekking van het convenant faalt. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de peildatum voor waardering de datum van ontbinding van het huwelijk is.