ECLI:NL:PHR:2000:AA6234
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing faillissementspauliana en onrechtmatige daad bij hypotheekverstrekking voorafgaand aan faillissement
In deze zaak stond centraal of de wetenschap dat een faillissement spoedig zal worden aangevraagd gelijkgesteld kan worden aan wetenschap dat het faillissement reeds is aangevraagd in het kader van art. 47 Faillissementswet Pro (Fw). Daarnaast werd onderzocht of de faillissementspauliana een vordering op grond van onrechtmatige daad uitsluit en wanneer een zekerheidstelling als onverplicht kan worden aangemerkt.
De feiten betroffen een kredietrelatie tussen ABN AMRO Bank en een concern, waarbij de bank in november 1993 aanvullende hypotheken verkreeg terwijl zij wist dat een faillissement van het concern aanstaande was. De curator vorderde vernietiging van de hypotheekovereenkomst of subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
De Hoge Raad bevestigde dat art. 47 Fw Pro restrictief moet worden uitgelegd en dat alleen kennis van een reeds aangevraagd faillissement tot vernietiging kan leiden, niet de wetenschap dat het faillissement spoedig zal worden aangevraagd. Tevens werd bevestigd dat de faillissementspauliana en de onrechtmatige daadvordering naast elkaar kunnen bestaan, zodat de curator beide kan aanwenden.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de hypotheekverstrekking een verplichte handeling was en dus niet onder art. 42 Fw Pro valt. De zaak werd vernietigd en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling; art. 47 Fw wordt restrictief uitgelegd en faillissementspauliana sluit onrechtmatige daadvordering niet uit.