ECLI:NL:PHR:2000:AA5953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over eisen aan het noemen van volmachtgever en aansprakelijkheid tussenpersoon
De zaak betreft een geschil tussen Weld-Equip B.V. en [verweerder] over de koopovereenkomst van aandelen in dochtervennootschappen, waarbij [verweerder] namens een nog aan te wijzen vennootschap handelde. De kernvraag is of [verweerder] tijdig en op juiste wijze de naam van zijn volmachtgever heeft genoemd volgens art. 3:67 BW Pro, en of hij persoonlijk aansprakelijk is bij niet-nakoming van de overeenkomst.
Na een arbitrale procedure en diverse gerechtelijke instanties heeft het hof geoordeeld dat [verweerder] tijdig de naam van zijn volmachtgever, Beheermaatschappij Regts BV, heeft genoemd en dat de niet-nakoming voortkwam uit omstandigheden die pas na het sluiten van de overeenkomst bekend werden. Weld-Equip stelde dat [verweerder] persoonlijk aansprakelijk is wegens onrechtmatige daad, omdat hij wist of had moeten weten dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen kon voldoen.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de uitleg van art. 3:67 BW Pro, waarbij het enkele noemen van de naam van de volmachtgever in beginsel voldoende is, mits dit stellig en onvoorwaardelijk gebeurt en de wederpartij de identiteit redelijkerwijs mag aannemen. Ook wordt overwogen dat de bereidheid en financiële capaciteit van de volmachtgever in principe het risico van de wederpartij is, tenzij de aanwijzing in strijd is met redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege een onjuiste beoordeling van het bewijsaanbod van Weld-Equip en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.