Uitspraak
14 november 1997.
Hoge Raad
Holvrieka kocht in 1988 een bedrijfsterrein waar een verhoogd risico op bodemverontreiniging bestond. Zij gaf opdracht tot een oriënterend bodemonderzoek dat sterke verontreiniging vaststelde, maar meldde dit niet aan de koper, [verweerster]. Tijdens een bespreking gaf Holvrieka zelfs onjuiste informatie dat er geen vervuiling was, terwijl zij wist dat dit niet klopte.
De Rechtbank en het Gerechtshof oordeelden dat Holvrieka onrechtmatig had gehandeld door deze bewuste misleiding, ondanks de voetstootsclausule in de koopovereenkomst. Holvrieka voerde onder meer aan dat zij het rapport mogelijk pas na de bespreking had ontvangen en dat [verweerster] zelf onderzoek had moeten doen, maar deze verweren werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat Holvrieka onrechtmatig heeft gehandeld en dat de vrijwaring en voetstootsbeding haar niet beschermen tegen aansprakelijkheid voor bewuste misleiding. Ook het beroep op eigen schuld van [verweerster] faalt wegens onvoldoende bewijs. Holvrieka wordt veroordeeld tot vergoeding van saneringskosten en schade.
De uitspraak benadrukt dat de redelijkheid en billijkheid een beperkende werking hebben op de werking van voetstootsbedingen en vrijwaringen, vooral bij bewuste misleiding. Dit arrest is van belang voor de aansprakelijkheid bij verborgen gebreken en onrechtmatige daad in koopovereenkomsten.
Uitkomst: Holvrieka is aansprakelijk voor bewuste misleiding en moet schadevergoeding betalen ondanks voetstootsbeding.