ECLI:NL:PHR:1998:AA2606
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van kosten door onrechtmatige daad in ondernemingssfeer
In deze zaak gaat het om de fiscale aftrekbaarheid van kosten die voortvloeien uit het opzettelijk in brand steken van een schip door een ondernemer. Het Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de schade en de advocaatkosten niet als bedrijfslast konden worden aangemerkt, omdat geen redelijk denkende ondernemer een dergelijke schade met het oog op zijn ondernemingsbelangen zou veroorzaken.
De Hoge Raad stelt dat in beginsel kosten voortvloeiend uit schade aan een voorwerp dat een ondernemer repareert, ondernemingskosten zijn, tenzij het toebrengen van die schade in de privé-sfeer ligt. De Hoge Raad formuleert criteria om te bepalen wanneer sprake is van privé-uitgaven, zoals het hebben van een privé-motief, het nemen van een volstrekt abnormaal risico ingegeven door privé-overwegingen, of een disproportionele verhouding tussen schade en ondernemingsnut.
De Hoge Raad acht het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd omdat het niet onderzocht heeft waarom de belanghebbende handelde zoals hij deed. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. De zaak behandelt tevens de bewijslastverdeling en benadrukt dat de fiscale beoordeling niet afhangt van de strafrechtelijke vraag of de brandstichting heeft plaatsgevonden, maar van het milieu (privé of onderneming) waarin de oorzaak ligt.
Uitkomst: Het arrest van Hof 's-Hertogenbosch wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor nadere behandeling.