ECLI:NL:PHR:1997:AA2160
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag wegens schending zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1990 opgelegd aan belanghebbende vanwege voordelen uit de uitoefening van een optie op aandelen. De Inspecteur kwalificeerde deze voordelen als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en legde een navorderingsaanslag met verhoging op.
Het gerechtshof Arnhem vernietigde de navorderingsaanslag omdat de inspecteur onvoldoende onderzoek had verricht naar de aangifte, hetgeen een ambtelijk verzuim opleverde. Het hof oordeelde dat belanghebbende te kwader trouw was, maar dat navordering ook in dat geval alleen mogelijk is als de inspecteur de aangifte met gepaste zorgvuldigheid heeft behandeld. Dit was niet het geval, waardoor de navordering in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat het hof ten onrechte de navordering aan deze beginselen had getoetst. De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde dat ook bij kwade trouw van de belastingplichtige navordering slechts mogelijk is indien de inspecteur zorgvuldig heeft gehandeld. Het beroep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en de navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens schending van zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.