ECLI:NL:PHR:1992:15
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid per fax ingediend beroepschrift en oordeelt over economische eenheid bij LAT-relatie
De zaak betreft een geschil tussen verzoekster en de gemeente W. over het terugvorderen van bijstand die de gemeente meent ten onrechte te hebben verstrekt. De gemeente stelde dat verzoekster vanaf 1 oktober 1983 samenwoonde met betrokkene 1, waardoor sprake was van een economische eenheid en zij onterecht bijstand ontving.
De Kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat er sprake was van een LAT-relatie die niet gelijkgesteld kon worden met een economische eenheid, en veroordeelde verzoekster tot een beperkte terugbetaling. De Rechtbank vernietigde deze beschikking en stelde vast dat verzoekster de volledige schuld aan de gemeente was verschuldigd.
Verzoekster voerde in cassatie onder meer aan dat het beroepschrift van de gemeente niet tijdig was ingediend omdat het eerst per fax en later per post werd ontvangen, waarbij zij stelde dat faxindiening niet rechtsgeldig was. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat indiening per fax, mits tijdig, rechtsgeldig is.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er sprake was van een economische eenheid, ook al betwistte verzoekster dit vanwege de aard van de relatie. De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van de feiten en omstandigheden feitelijk is en dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Ook het gebruik van verklaringen die voortvloeiden uit mogelijk onrechtmatig verkregen bewijs werd niet uitgesloten, mits de verklaringen zelf betrouwbaar waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de terugvordering van bijstand door de gemeente wordt bevestigd.