De zaak betreft hoger beroepen van appellant tegen drie beslissingen: een afgewezen bevorderingsverzoek, de voortijdige beëindiging van zijn re-integratietraject en een afgewezen plaatsingsverzoek bij het Korps Politie Aruba.
Appellant werkte als personeelsconsulent en was non-actief met behoud van salaris sinds 2005, met diverse verzoeken tot bevordering en plaatsing die zijn afgewezen. Hij voerde aan dat het Protocol Sociaal Statuut Setar 2002 nog steeds op hem van toepassing was en dat hij recht had op een functie met schaal 12. De overheid stelde dat het Protocol niet meer van toepassing is en dat appellant valt onder de Circulaire inzake re-integratie van non-actieve ambtenaren.
De Raad bevestigt het oordeel van het Gerecht dat het Protocol niet meer van toepassing is, dat de verplichtingen uit het Protocol zijn geëindigd en dat appellant onder de Circulaire valt. Het bevorderingsverzoek werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de bevorderingsvereisten, waaronder het ontbreken van een gunstige beoordeling en anciënniteit. De voortijdige beëindiging van het re-integratietraject was gerechtvaardigd omdat appellant zich niet bemiddelbaar toonde. Het afgewezen plaatsingsverzoek bij het KPA werd eveneens bevestigd wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad concludeert dat de hoger beroepen ongegrond zijn en bevestigt de aangevallen uitspraken zonder toewijzing van proceskosten.