Klager werd door de korpschef op 17 juli 2024 afgewezen voor de functie van junior beleidsmedewerker bij het Korps Politie Aruba (KPA). Klager maakte hiertegen tijdig bezwaar, dat op 11 november 2024 ter zitting werd behandeld.
Klager stelde dat hij op grond van het Protocol Sociaal Statuut SETAR 2003, met name artikelen 3 en 13, recht had op een passende overheidsfunctie in schaal 12 of hoger en niet hoefde te reageren op vacatures in lagere schalen. Het gerecht oordeelde dat de verplichtingen uit het protocol voor klager in november 2005 waren geëindigd en dat klager geen rechten meer kon ontlenen aan het protocol.
De korpschef had gemeld dat er geen formatieplek was voor een beleidsmedewerker en dat klagers expertise en ervaring onvoldoende waren voor de functie. Klager voerde geen concrete bezwaren tegen de afwijzing aan, behalve dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd en het protocol niet was meegewogen. Het gerecht vond de motivering echter toereikend en verklaarde het bezwaar ongegrond.