ECLI:NL:OGHACMB:2026:140
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring en kennelijk onredelijk ontslag in hoger beroep
Werknemer, werkzaam als technician bij werkgeefster, werd op 17 juni 2024 op staande voet ontslagen wegens het drinken van alcohol tijdens een dienstreis, het maken van fouten en het geven van een grote mond aan zijn leidinggevende. Werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk en onregelmatig was en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, omdat de brief van werknemer waarin hij de nietigheid van het ontslag inriep geen stuitende werking had op de schadevordering wegens kennelijk onredelijk ontslag. In hoger beroep oordeelt het Hof dat de brief wel een voldoende duidelijke waarschuwing bevatte om de verjaring te stuiten, mede gelet op de mogelijkheid om tijdens de procedure te switchen van nietigheid naar onredelijkheid.
Desondanks bevestigt het Hof het oordeel dat het ontslag terecht was gegeven, gelet op de vaststaande gedragingen van werknemer en de gegronde reden voor ontslag. De vordering tot schadevergoeding wordt daarom afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag op staande voet wordt bevestigd als terecht gegeven.