Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2017:261

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 april 2017
Publicatiedatum
18 april 2017
Zaaknummer
E.J. 2843 van 2016
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615p BWArt. 7A:1615t lid 1 BWArt. 7A:1615u BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot kennelijk onredelijk ontslag en bewijslevering videobeelden

Werknemer [X] trad in 2004 in dienst bij Water World, exploitant van Moomba Beach Bar & Restaurant, welke in 2015 werd overgenomen door Moomba CV. Op 24 februari 2016 werd zij op staande voet ontslagen. Zij betwist het ontslag en vordert een verklaring dat het ontslag kennelijk onredelijk is met een billijke vergoeding.

Water World voert verweer dat zij niet de juiste werkgever is, dat de vordering verjaard is en dat het ontslag rechtsgeldig is. De rechtbank oordeelt dat Water World de juiste werkgever is, omdat werknemer de werkgever heeft opgeroepen conform de arbeidsovereenkomst en onvoldoende is toegelicht dat de arbeidsrelatie is overgegaan op Moomba CV.

De rechtbank stelt vast dat de vordering niet verjaard is, omdat werknemer binnen zes maanden na ontslag een brief stuurde waarin zij zich op nietigheid van het ontslag beriep en de procedure tijdig is aangevangen. De rechtbank staat toe dat de vordering tot vernietiging van het ontslag wordt omgezet in een vordering tot kennelijk onredelijk ontslag.

Water World heeft videobeelden als bewijs aangevoerd, maar deze zijn niet afspeelbaar. De rechtbank gelast Water World om de beelden in een standaard formaat aan te leveren voor de zitting op 26 april 2017. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De rechter houdt de verdere beslissing aan en gelast de werkgever videobewijs in een leesbaar formaat aan te leveren.

Uitspraak

Beschikking van 11 april 2017
Behorend bij E.J. 2843 van 2016.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[X],
wonende te Aruba,
hierna ook te noemen: [X],
gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,
tegen:
de naamloze vennootschap
WATER WORLD N.V. h.o.d.n. MOOMBA BEACH BAR & RESTAURANT,
gevestigd te Aruba,
hierna ook te noemen: Water World,
gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper.

1.DE PROCEDURE

1.1
Dit verloop blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 16 november 2016;
- het verweerschrift met producties, ingediend op 24 januari 2017;
- de aantekeningen van de griffier van de behandeling ter zitting op 21 februari 2017, waar partijen hun standpunt hebben bepleit aan de hand van een overgelegde pleitnota en waar zij op elkaars standpunt hebben gereageerd.
1.2
Vervolgens is de datum voor de uitspraak bepaald op heden.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
X] is op 17 maart 2004 in dienst getreden van Water World als ‘
waitress’. Water World exploiteerde Moomba Beach Bar & Restaurant welke exploitatie in april 2015 is overgenomen door Moomba Beach Bar & Restaurant CV (hierna: Moomba CV).
2.2 [
X] is op 24 februari 2016 op staande voet ontslagen. In de aan haar gerichte ontslagbrief van die datum staat onder meer geschreven:

You violated Article 1615p of “Arubaanse Wetgeving en Regeling”’
2.3
Bij brief 28 juni 2016 heeft de voormalige gemachtigde van [X] aangegeven dat zij niet berust in het ontslag en bereid blijft de bedongen werkzaamheden te verrichten.

3.HET VERZOEK

3.1 [
X] verzoekt een verklaring van recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is en – uitvoerbaar bij voorraad – Water World te veroordelen tot betaling van een vergoeding naar billijkheid met toepassing van de kantonrechtersformule en correctiefactor 2, met veroordeling van Water World in de proceskosten.
3.2 [
X] grondt de vordering erop dat er geen dringende reden was om de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te beëindigen.
3.3
Water World voert verweer en verzoekt [X] niet-ontvankelijk te verklaren althans de vorderingen van [X] af te wijzen, met veroordeling van [X] in de proceskosten.
3.4
Water World grondt het verweer erop dat [X] de verkeerde rechtspersoon heeft opgeroepen als zijnde haar werkgever, de vordering is verjaard en dat het ontslag rechtsgeldig is verleend en niet kennelijk onredelijk is.

4.DE BEOORDELING

4.1
De vordering die [X] op 16 november 2016 heeft ingediend is gericht tegen Water World. Water World stelt zich op het standpunt dat [X] aanvankelijk in dienst was van Water World en na de overname in dienst was van Moomba CV. Volgens Water World wist (de gemachtigde van) [X] dit aangezien haar gemachtigde een soortgelijke procedure was gestart tegen Moomba CV en dier adres vermeld wordt in het verzoekschrift. Volgens Water World is er geen rechtsverhouding tussen haar en [X] en dient [X] niet-ontvankelijk te worden verklaard. [X] stelt zich op het standpunt dat zij de correcte werkgeefster heeft opgeroepen conform de arbeidsovereenkomst, dat zij nimmer is geïnformeerd over de overgang en dat beide rechtspersonen in de registers hetzelfde adres hebben.
4.2
Het gerecht is van oordeel dat er voldoende aanknopingspunten aanwezig zijn voor [X] om te kunnen concluderen dat Water World de werkgeefster is. [X] heeft de werkgeefster opgeroepen die staat opgenomen in haar arbeidsovereenkomst en waarvan de handelsnaam bijna gelijk is aan de naam van Moomba CV. Daarbij geldt dat het in de ontslagbrief niet duidelijk is voor [X] of het om Moomba CV gaat. Enkel staat in het ontslagbrief het logo van Moomba Beach en
‘member of wine en dine’. Dat Moomba C.V. de werkgeeftster zou zou zijn kan de werknemer niet afleiden uit het gegeven dat het adres anders is dan dat waar Water World formeel gevestigd is. De omstandigheid dat op de salarisstrook van [X], na overgang van de onderneming op de C.V., staat vermeld dat Moomba C.V. werkgeefster is doet daaraan niet af. Van [X] als werkneemster kan niet worden verlangd dat zij spontaan haar salarisstrook controleert op de vraag of sprake is van overgang van de arbeidsrelatie op een nieuwe werkgever. Door Water World is onvoldoende toegelicht hoe en wanneer zij [X] erover heeft geïnformeerd dat zij niet meer bij Water World maar bij Moomba C.V. in dienst is. Anders dan Water World aanvoert heeft [X] niet eerder tegen Moomba C.V. een procedure aanhangig gemaakt maar tegen Water World. Dat daarbij gebruik is gemaakt van de handelsnaam van Moobma C.V. en dier vestigingsadres maakt dat niet anders.
4.3
Voorts dient de vraag te worden beantwoord of de vordering van [X] verjaard is. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Water World ontkent niet de brief van 28 juni 2016 te hebben ontvangen.
4.4
Artikel 7A:1615u BW bepaalt dat de vordering op grond van kennelijk onredelijk ontslag verjaart na zes maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
4.5
In de onderhavige zaak staat vast dat [X] bij brief van 28 juni 2016, mitsdien binnen de termijn van zes maanden na ontslag, zich op de (veronderstelde) nietigheid van het ontslag heeft beroepen. Binnen zes maanden daarna is de onderhavige procedure aanhangig gemaakt. Daarin vordert [X] niet het ontslag nietig te verklaren maar een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is onder toekenning van een billijke vergoeding. Deze procedure is niet binnen zes maanden na het ontslag aanhangig gemaakt. Het is evenwel toegelaten om een (tijdig aanhangig gemaakte) vordering tot vernietiging van een ontslag tijdens de procedure bij wijze van eiswijziging om te zetten (te ‘switchen’) in een procedure die is gebaseerd op de kennelijke onredelijkheid van het (thans rechtsgeldige) ontslag. De bevoegdheid tot het wijzigen van de eis in een eis die in het verlengde ligt van de oorspronkelijke is niet aan een verjaring gebonden en wordt, binnen de grenzen van de goede procesorde, toelaatbaar geacht. Dat de vordering tot vernietiging van een ontslag op staande voet en die tot verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is in elkaars verlengde liggen volgt niet alleen daaruit dat zij op hetzelfde feitencomplex zijn gebaseerd maar ook uit het feit dat de schadevergoeding in geval van een kennelijk onredelijk ontslag op basis van artikel 7A:1615t lid 1 BW kan uitmonden in een herstel van de dienstbetrekking waarmee hetzelfde kan worden bereikt als met vernietiging van een ontslag op staande voet. Waar deze mogelijkheid hangende het proces bestaat ziet het gerecht geen aanleiding te oordelen dat het niet mogelijk zou zijn om voordat een vordering tot nietigheid van het ontslag aanhangig is gemaakt te opteren voor een ‘switch’ naar een op de kennelijke onredelijkheid van het ontslag gebaseerde vordering. Dat brengt met zich mee dat de verjaring van ook die vordering bij brief van 28 juni 2016 is gerealiseerd. Of Water World de brief van 17 mei 2016, in welke brief ook werd gesteld dat het ontslag onregelmatig was en Water World daarom schadeplichtig was, heeft ontvangen is daarom niet meer van belang.
4.6
Indien [X] rechtsgeldig op staande voet is ontslagen kan er geen sprake zijn van een kennelijk onredelijk ontslag. Water World heeft haar verweer onderbouwd met verwijzing naar videobeelden van de werkplek van [X]. Noch het gerecht, noch [X] kunnen die beelden bekijken. Ook ter zitting is dat niet gelukt. Water World zal daaom in de gelegenheid worden gesteld om de videobeelden te converteren in een bestand dat gelezen kan worden met standaard afspeelsoftware van Microsoft. Dat bestand moet minimaal veertien dagen voor de hierna te gelasten zitting aan het gerecht en [X] ter hand worden gesteld.
4.7
Het gerecht zal iedere verdere beslissing aanhouden.
5.DE BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
gelast partijen te verschijnen ter zitting van mr. W.J. Noordhuizen in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat 51 te Oranjestad, Aruba op 26 april 2017 om 10:30 uur tot (circa) 11:30 uur;
bepaalt dat Water World uiterlijke veertien dagen voor de zitting aan het gerecht en [X] zal doen toekomen een bestand van de videobeelden dat gelezen kan worden met standaard afspeelsoftware van Microsoft;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 11 april 2017, in aanwezigheid van de griffier