Uitspraak
BONAIRE PETROLEUM CORPORATION N.V.(Bopec),
1.Het verloop van de procedure
2.De gronden van het hoger beroep
3.De beoordeling
Leyland Daf/De Rooij en Edcrest); dit was van voor de inwerkingtreding van het Nederlandse Boek 10 Burgerlijk Wetboek (Internationaal privaatrecht), in het bijzonder artikel 10:129 BW Pro-NL; Bonaire kent geen Boek 10.
lex causaevan de onderliggende rechtsverhouding, terwijl andere aspecten (‘geldend maken’) door de wet van ligging van de teruggehouden zaak (‘lex rei sitae’) worden beheerst. De
lex causaeis in de onderhavige zaak het Venezolaanse recht (aangezien in de opslagovereenkomst tussen curator/Bopec en PDVSA voor Venezolaans recht is gekozen [inleidend verzoekscchrift, productie 2, art.17) en de
lex rei sitaehet Bonairiaanse recht.
lex causaedegene die een zaak onder zich heeft (in dit geval de curator) jegens zijn contractuele wederpartij (PDVSA Petro) bevoegd is zijn verplichting tot afgifte op te schorten. Het opschortingsrecht moet onder de
lex causaemeer zijn dan een louter tussen partijen werkend contractueel opschortingsrecht. Anders is er geen sprake van een retentierecht. Er moet dus een potentiële derdenwerking zijn.
lex causaebepaald of er sprake is van een retentierecht met een potentiële derdenwerking, dat tussen partijen voor de desbetreffende vorderingen kan worden uitgeoefend, dan dient vervolgens aan de hand van de wet van ligging (
lex rei sitae) te worden bepaald of het retentierecht in dit geval ook jegens derden kan worden ingeroepen.
lex causae) in dit geval een retentierecht met een potentiële derdenwerking van Bopec ten aanzien van de door haar opgeslagen olie van PDVSA Petro wegens het niet-betalen door PDVSA Petro van de opslagkosten. Dit ligt ook voor de hand aangezien de Burgerlijk Wetboeken/Wetboeken van Koophandel van Venezuela en de oude Wetboeken van Nederland en de Nederlandse Antillen (kolonie Curaçao), die het retentierecht van de bewaarnemer uitdrukkelijk kennen, alle teruggaan tot de Franse codificatie van 1800/1807. Wat de potentiële derdenwerking precies inhoudt naar Venezolaans recht kan in het midden blijven. Die vraag moet in concreto worden beantwoord naar de lex rei sitae; zie hierna.
anterieurederde (dat wil zeggen een derde partij die een recht op de zaak had voordat de vordering van Bopec is ontstaan). Deze speelt echter in de onderhavige zaak geen rol. Alphaville is een posterieure derde.
lex rei sitae) houdt, in de artikelen 3:291-292 BW BES, het volgende in:
posterieurederde: een derde die een recht op de zaak heeft verkregen, nadat de vordering van Bopec was ontstaan en de olie in haar macht was gekomen, zoals bedoeld in artikel 3:291 lid 1 BW Pro BES.