ECLI:NL:OGHACMB:2022:116
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.Th. Drop
- T.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen fictieve afwijzende beschikking op bezwaar ophoudingsbevel
De minister heeft op 7 november 2020 een ophoudingsbevel tegen appellant uitgevaardigd. Appellant maakte hiertegen bezwaar op 12 november 2020. Omdat de minister niet tijdig op het bezwaar besliste, stelde appellant op 6 april 2021 beroep in tegen de fictieve afwijzende beschikking op bezwaar.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het beroep was namelijk pas op 6 april 2021 ingediend, terwijl de termijn op 1 april 2021 afliep en niet verlengd werd vanwege Goede Vrijdag.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bestuursrechter niet ambtshalve de tijdigheid van het beroep mag toetsen. Het Hof verwierp dit betoog, verwijzend naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Hof zelf, die stellen dat tijdigheid weliswaar niet van openbare orde is, maar wel dwingend en daarom ambtshalve moet worden beoordeeld.
Het Hof concludeerde dat het Gerecht terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard en bevestigde de uitspraak. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de fictieve afwijzende beschikking op bezwaar is niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.