ECLI:NL:RBROT:2021:12118
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late indiening
De zaak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 16 augustus 2021, waarin zijn beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaarschrift wegens vermeende te late indiening werd afgewezen. De rechtbank had het beroep zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het beroepschrift te laat was ingediend, omdat het poststempel op 12 november 2020 stond en opposant niet aannemelijk had gemaakt dat het eerder was verstuurd.
In het verzet beoordeelt de rechtbank uitsluitend of de eerdere uitspraak terecht was, waarbij de inhoudelijke beroepsgronden pas aan de orde komen als het verzet gegrond wordt verklaard. Opposant verwees naar jurisprudentie waarin wordt aangenomen dat in sommige gevallen kan worden afgeweken van de hoofdregel dat het poststempel bepalend is voor de tijdigheid van het beroepschrift.
De rechtbank sluit zich aan bij de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 juli 2021, waarin is teruggekomen op de vaste rechtspraak dat de tijdigheid van bezwaar en beroep een kwestie van openbare orde is. De rechtbank oordeelt dat de tijdigheid van het beroep niet ambtshalve hoeft te worden beoordeeld als dit niet tussen partijen is betwist. Omdat in deze zaak de rechtbank ambtshalve oordeelde dat het beroep te laat was zonder dat verweerder zich hierop had beroepen, is dit onterecht.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet gegrond, vervalt de eerdere uitspraak en wordt het onderzoek voortgezet. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling omdat niet is gebleken dat opposant kosten heeft gemaakt in het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.