Uitspraak
[APPELLANT 1],
[APPELLANT 2],
[APPELLANT 3],
[APPELLANTE 4],
[APPELLANT 5],
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In dit kort geding vorderden appellanten de afbraak van de woning van geïntimeerde en staking van de bouw wegens vermeende onrechtmatige hinder en niet-naleving van welstandsbepalingen. Het geschil speelt in een villapark in Curaçao waar meerdere kavels naast elkaar liggen.
Appellanten stelden dat de woning van geïntimeerde niet voldoet aan diverse welstandsnormen, waaronder het bebouwingspercentage, afstand tot erfgrens, hoogte en privacy, en dat de woning onrechtmatige hinder veroorzaakt zoals verminderd uitzicht, brandgevaar en verkeershinder. Geïntimeerde beschikte over bouwvergunningen, waarvan sommige later door de overheid werden herroepen, maar uiteindelijk werd een voorwaardelijke bouwvergunning verleend.
Het Hof oordeelde dat appellanten een voldoende spoedeisend belang hebben, maar dat het belang van geïntimeerde bij het behouden van zijn woning zwaarder weegt. De waarnemingen van de rechtbank en het ontbreken van acuut brandgevaar rechtvaardigen geen bevel tot afbraak. Ook de vorderingen tot staking van de bouw en verbod tot bewoning werden afgewezen omdat deze achterhaald of onvoldoende aannemelijk waren.
Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd. Appellanten worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bevestigd, waarbij de vordering tot afbraak van de woning wordt geweigerd.