Uitspraak
1.[GEÏNTIMEERDE sub 1],
[GEÏNTIMEERDE sub 2],
[GEÏNTIMEERDE sub 3],
1.Het verloop van de procedure
2.Beoordeling
Landsverordening aanvulling Burgerlijk Wetboek van Arubavan 23 september 2016, AB 2017 no. 51 is artikel 4:1090 BW Pro-AUA komen te vervallen, maar deze landsverordening is nog niet in werking getreden.
Landsverordening aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba(zie rov. 2.5) zal in artikel 3:189 lid 2 BW Pro-AUA ‘maatschap, vennootschap’ komen te vervallen (wegens een op de vennootschap toegespitste regeling in de nieuwe titel 3.13 BW-AUA, in het bijzonder artikel 7:827 BW Pro-AUA).
Landsverordening overgangsbepalingen Nieuw BW(AB 2001 no. 108), overgenomen van artikel 103 van Pro de Nederlandse
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, luidt:
artikel 4:1090 BW Pro-AUA(zie rov. 2.4) en niet artikel 3:194 lid Pro 2 (zie rov. 2.6) van toepassing.
slechts voor nalatenschappengeldt wordt bevestigd in de parlementaire geschiedenis van de Nederlandse
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboeken de Arubaanse
Landsverordening overgangsbepalingen Nieuw BW.
Parlementaire Geschiedenis van het Nieuwe Burgerlijk wetboek. Invoering boeken 3, 5 en 6. Overgangsrecht, ed. W.H.M. Reehuis en E.E. Slob, 1991, p. 111:
Hof) bevat een soortgelijke sanctie als artikel 1110: verlies Pro van een aandeel in de goederen van een gemeenschap. Artikel 1110 geldt Pro evenwel slechts voor nalatenschappen. Voor andere gemeenschappen bestaat deze sanctie onder het oude recht niet. Voor die gemeenschappen werkt de bepaling niet terug: is de ‘verduistering’ vóór het tijdstip van de inwerkingtreding geschied, dan is het aandeel niet verbeurd. Dit is een aanvaardbare oplossing voor al die feiten uit het verleden, bij gemeenschappen die vóór de inwerkingtreding zijn gescheiden en verdeeld. Maar ook voor de bij de inwerkingtreding reeds bestaande gemeenschappen als bedoeld in artikel 3.7.2.0 lid 2 (i.e. artikel 3:189 lid Pro 2;
Hof) zou toepassing van de bepaling tot problemen aanleiding kunnen geven, omdat dan het veelal moeilijk te bewijzen precieze tijdstip van ‘verduistering’ van doorslaggevend belang wordt. Vandaar dat artikel 32 het Pro oude recht eerbiedigt, hetgeen enerzijds meebrengt dat artikel 1110 op Pro reeds opengevallen nalatenschappen van toepassing blijft, anderzijds dat de sanctie van artikel 3.7.2.3 lid 3 niet geldt voor de andere, ten tijde van de inwerkingtreding reeds bestaande gemeenschappen van artikel 3.7.2.0 lid 2.
Landsverordening overgangsbepalingen Nieuw BW:
ingeroepen. Het artikel geeft aan de deelgenoten een
wilsrecht, uit te oefenen door een eenzijdige tot de bedriegende mededeelgenoot te richten verklaring. Wilsrechten vallen in beginsel niet onder de bepalingen betreffende extinctieve verjaring. Uitoefening van het recht brengt immers rechtstreeks het rechtsgevolg teweeg, zodat er geen rechtsvordering of ander instrument tot afdwinging aan te pas komt. Dat betekent dat waar het ongewenst is dat het wilsrecht onbeperkt in stand blijft, een bijzondere bepaling nodig is. Het Hof sluit zich hier aan bij de beschouwingen van W. Snijders in
Yin-Yang(bundel-M.J.A. van Mourik), 2000, p. 361 en 363, in verbinding met WPNR 1999/6366, p. 585 onder K.
wistdat er buitenlandse beleggingen waren; hij heeft dit zelf verklaard in gerechtelijke procedures in de Verenigde Staten en in Aruba; hij had betrekkelijk nauwkeurige kennis en kende de namen van buitenlandse beleggingsvehikels, waaronder Inverpan (conclusie van antwoord onder 9 e.v., repliek in conventie onder 3 en 11, dupliek in conventie onder 5-6 en akte [geïntimeerde sub 1] c.s. 5 juli 2017, productie I, bijlage 3, pleitnota aan de zijde van [appellant], onder 5: ‘[[appellant]] weet drommels goed wat de nalatenschap zo ongeveer waard is’).