ECLI:NL:OGHACMB:2014:59
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- H.J. van Kooten
- J. de Boer
- E.M. van der Bunt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling service charge tussen reguliere werknemers en uitzendkrachten
In deze zaak staat centraal de uitleg van artikel 19 van Pro de CAO tussen FTA en Grape Holding over de verdeling van de service charge onder werknemers van de hotels Divi en Tamarijn in Aruba.
FTA vordert dat Grape Holding de service charge alleen aan reguliere werknemers mag toekennen en niet aan uitzendkrachten. Het Hof oordeelt dat de bewoordingen van de CAO objectief moeten worden uitgelegd, waarbij geen onderscheid kan worden gemaakt tussen reguliere werknemers en uitzendkrachten als het gaat om de service charge.
Het Hof overweegt dat uitzendkrachten dezelfde werkzaamheden verrichten en dus recht hebben op een gelijke beloning. De betaling aan de uitlener van de uitzendkrachten doet hier niet aan af. Bovendien sluit deze uitleg aan bij de Arubaanse wetgeving die gelijke beloning voor gelijk werk voorschrijft.
Het hoger beroep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt bevestigd. FTA wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de service charge ook aan uitzendkrachten moet worden toegekend en wijst het hoger beroep van FTA af.