ECLI:NL:OGEAM:2016:63
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging van het Land Sint Maarten in civiele procedure tussen besloten vennootschap en naamloze vennootschap
In deze civiele procedure tussen de besloten vennootschap [A] B.V. en de naamloze vennootschap N.V. [B] heeft het Land Sint Maarten incidenteel verzocht zich aan de zijde van [B] te voegen op grond van artikel 214 Rv Pro. Het Land stelde een financieel belang te hebben omdat het mogelijk gehouden kan worden om de vordering van [A] te betalen indien [B] de procedure verliest.
Het Gerecht erkende dat het Land een procesbelang had bij voeging, aangezien het in de vrijwaringsprocedure financieel betrokken kan worden. Echter, het verzoek tot voeging werd te laat ingediend, namelijk na het indienen van de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie door [B] en [A].
Het Gerecht oordeelde dat toewijzing van het verzoek tot voeging op dit moment de goede procesorde zou schenden, omdat dit extra conclusies en mogelijk vertraging zou veroorzaken. Het argument van het Land om in hoger beroep alsnog te kunnen voegen werd verworpen, omdat voeging in hoger beroep mogelijk is.
Daarom werd het verzoek tot voeging afgewezen en het Land veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdprocedure werd aangehouden met een termijn voor [A] om de conclusie van dupliek in reconventie in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek tot voeging van het Land Sint Maarten wordt afgewezen wegens laattijdigheid.