Belanghebbende, eigenaar van een woning in Curaçao en woonachtig in Nederland, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2021 vanwege onenigheid over de hoogte van aftrekbare bewonerslasten. Het geschil betrof met name de pro rata toerekening van vaste en variabele kosten en de samenstelling van kostenbeheer en resort fees.
Het Gerecht oordeelde dat zowel vaste als variabele bewonerslasten pro rata moeten worden toegerekend aan de periode van verhuur. De verhuurperiode werd vastgesteld op 126 dagen, gebaseerd op facturen van de beheerder. De kosten voor electra, water, internet, afvalstoffen, beheer en resort fees werden herzien met inachtneming van mogelijke eigenaarslasten, waarbij een deel van de beheerskosten en resort fees niet volledig aftrekbaar werd geacht.
De netto huuropbrengsten werden vastgesteld op NAf 40.791, waarover de 65%-regeling werd toegepast, resulterend in zuivere inkomsten van NAf 26.514. Het Gerecht verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond, stelde de aanslag naar beneden bij, wees een proceskostenvergoeding toe van NAf 1.400 en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het griffierecht.