Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
eiser,
gemachtigde: mr. W.J.H. Dingemanse,
gedaagde,
gemachtigde: mr. N.A. Evertsz
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 26 januari 2024,
- de akte wijziging van eis van 4 november 2024,
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 5 mei 2025.
2.De feiten
f466,--
f466,-
f466,—
f466,-
f580,—
f580,-
f580,--
f580,-
f580,—
f520,—
f60,—
f2152,-
f310,77
f1183,—
f1183,-
f1183,—
f1183,-
f1460,—
f1460,-
f1460,—
f1460,-
f1460,—
f800,—
f660,—
f5946,--
f858,66
f65,-- en
f50,--.
f 9.382,43kan gestort worden op mijn bankrekening (…)”
3.De vordering en de standpunten van partijen
- het betalen van renteverlies van Cg 4.251,45 over de teveel betaalde bedragen grondbelasting (2012 t/m 2013) en OZB (2014 t/m 2016) over de periode 2016 tot december 2023;
- het betalen van renteverlies van Cg 19,23 per maand over de periode januari 2024 t/m het moment van betaling;
- het vergoeden van kosten voor juridische hulp en bijstand, voorlopig begroot op Cg 2.000;
- het vergoeden van geleden immateriële schade van Cg 15.460;
- het vergoeden van proceskosten;
4.De beoordeling
“De wet- en regelgeving in Curaçao voorziet niet in de bevoegdheid van de belastingrechter tot het toekennen van een schadevergoeding. (…) Het Gemeenschappelijk Hof heeft de bevoegdheid om, al of niet op verzoek van de belanghebbende, te beoordelen of en in hoeverre de redelijke termijn van berechting is overschreden, een en ander met inachtneming van de algemene uitgangspunten en regels die zijn neergelegd in het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252. Bij constatering dat de redelijke termijn is overschreden, zal het Gemeenschappelijk Hof echter moeten volstaan met die constatering. Alleen de burgerlijke rechter is bevoegd om de belanghebbende in verband hiermee een schadevergoeding toe te kennen.”