Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
NAf 344.400
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, eigenaar van een woning met bijgebouwen op een perceel van 1.230 m², betwistte de door de Inspecteur vastgestelde waarde van NAf 1.045.000 voor de onroerendezaakbelasting over 2019. Belanghebbende stelde een waarde van NAf 600.000 voor, terwijl de Inspecteur een waarde van NAf 740.000 verdedigde.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn waardering niet te hoog was, omdat deze was gebaseerd op bouwkosten en een niet nader onderbouwde prijs per vierkante meter grond. Ook de waardebepaling van belanghebbende was niet voldoende onderbouwd, omdat deze slechts globaal was en niet gemotiveerd.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs van beide partijen stelde het Gerecht de waarde in goede justitie vast op NAf 645.000. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak voor OZB 2019 wordt vastgesteld op NAf 645.000 en de aanslag verminderd.