Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen op bezwaar
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2015, vastgesteld op een waarde van NAf 1.800.000. Het bezwaar werd ingediend nadat een nieuw vijfjarig tijdvak was ingegaan waarin de waarde van de onroerende zaak was vastgesteld. Volgens de Landsverordening onroerendezaakbelasting 2014 kan bezwaar alleen worden gemaakt in het eerste jaar van het tijdvak of bij een wijziging van de waarde binnen dat tijdvak.
De Inspecteur had het bezwaar ontvankelijk verklaard en de aanslag verminderd naar een waarde van NAf 1.100.000. Het Gerecht oordeelde echter dat de waarde van de onroerende zaak in 2015 niet was gewijzigd, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk was. De uitspraak op bezwaar werd daarom vernietigd. Tevens werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de Inspecteur alsnog tijdig uitspraak had gedaan.
Het Gerecht kende een proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende van NAf 175 en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht van NAf 50. Het vonnis werd gewezen door rechter D.J. Jansen op 4 mei 2021 te Willemstad.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag OZB 2015 is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.