Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
15.481
-/- 500
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag premieheffing AVBZ over 2016, waarin de Inspecteur het algemene tarief van 2% toepaste op het premie-inkomen bestaande uit AOV- en AOW-uitkeringen. Belanghebbende stelde dat het lagere tarief van 1,5% voor gepensioneerden van toepassing zou moeten zijn op het gehele premie-inkomen.
Het Gerecht overwoog dat het algemene tarief voor AVBZ-premieheffing 2% bedraagt, met uitzondering van pensioeninkomen waarop 1,5% van toepassing is. Pensioeninkomen wordt gedefinieerd als opbrengst uit een recht op periodieke uitkering ter zake van een vroegere dienstbetrekking. AOV- en AOW-uitkeringen vallen hier niet onder omdat zij niet voortkomen uit een vroegere dienstbetrekking.
Verder merkte het Gerecht op dat een toelichting op de website van de Belastingdienst, hoewel informatief, de Inspecteur niet bindt. Gezien deze overwegingen werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het vonnis is uitgesproken door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 16 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag premieheffing AVBZ wordt ongegrond verklaard en het tarief van 2% blijft van toepassing op AOV- en AOW-uitkeringen.