ECLI:NL:OGEAC:2020:51

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
16 maart 2020
Publicatiedatum
27 maart 2020
Zaaknummer
CUR201900285
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Landsverordening AVBZArt. 1 Landsbesluit AVBZ-premie 1999HR 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7267
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling toepasselijk premieheffingstarief AVBZ voor AOV- en AOW-uitkeringen

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag premieheffing AVBZ over 2016, waarin de Inspecteur het algemene tarief van 2% toepaste op het premie-inkomen bestaande uit AOV- en AOW-uitkeringen. Belanghebbende stelde dat het lagere tarief van 1,5% voor gepensioneerden van toepassing zou moeten zijn op het gehele premie-inkomen.

Het Gerecht overwoog dat het algemene tarief voor AVBZ-premieheffing 2% bedraagt, met uitzondering van pensioeninkomen waarop 1,5% van toepassing is. Pensioeninkomen wordt gedefinieerd als opbrengst uit een recht op periodieke uitkering ter zake van een vroegere dienstbetrekking. AOV- en AOW-uitkeringen vallen hier niet onder omdat zij niet voortkomen uit een vroegere dienstbetrekking.

Verder merkte het Gerecht op dat een toelichting op de website van de Belastingdienst, hoewel informatief, de Inspecteur niet bindt. Gezien deze overwegingen werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het vonnis is uitgesproken door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 16 maart 2020.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag premieheffing AVBZ wordt ongegrond verklaard en het tarief van 2% blijft van toepassing op AOV- en AOW-uitkeringen.

Uitspraak

Uitspraak van 16 maart 2020
BBZ nr. CUR201900285
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is op 1 december 2017 een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2016 opgelegd naar een premie inkomen van NAf 25.719, resulterend in een verschuldigd premiebedrag van NAf 514 (tarief 2%).
1.2
Belanghebbende heeft op 15 december 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak van 21 december 2018 de aanslag gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende heeft op 24 januari 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.
1.5
De Inspecteur heeft op 17 februari 2020 een verweerschrift ingediend.
1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B].

2.FEITEN

2.1
Belanghebbende, geboren op 28 juni 1929, heeft in 2016 de volgende inkomsten genoten:
- AOV-uitkering van SVB Curaçao NAf 10.738
- AOW-uitkering van SVB Nederland (€ 7.856)
15.481
Totaal 26.219
Minus: Aftrekbare kosten
-/- 500
Premie-inkomen 25.719
2.2
De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag een premiepercentage AVBZ van 2% in aanmerking genomen.

3.GESCHIL

3.1
In geschil is of bij het vaststellen van de aanslag het juiste tarief is toegepast. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.
3.2
Belanghebbende betoogt dat het volledige premie-inkomen naar een tarief van 1,5% in de premieheffing moet worden betrokken. De Inspecteur verdedigt het standpunt dat het tarief van 1,5% alleen geldt voor het pensioeninkomen en dus niet voor onderhavige AOV- en AOW-uitkeringen.

4.OVERWEGINGEN

4.1
Ingevolge artikel 21, lid 1, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 1, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999, bedraagt het algemene tarief voor de premieheffing AVBZ 2%.
4.2
In uitzondering op voornoemd tarief van 2%, is een tarief van 1,5% van toepassing op pensioeninkomen (artikel 21, lid 3, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 3, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999). Onder pensioen wordt verstaan de opbrengst uit een recht op periodieke uitkering, welke ter zake van een vroegere dienstbetrekking wordt ontvangen.
4.3
De Inspecteur heeft de AOV- en AOW-uitkeringen naar een tarief van 2% in de heffing betrokken. Dit is in overeenstemming met de hiervoor geschetste wettelijke regeling. In dat verband merkt het Gerecht op dat een AOV- en AOW-uitkering niet wordt ontvangen ter zake van een vroegere dienstbetrekking (vgl. GEA Curaçao 8 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:21).
4.4
Verder heeft belanghebbende nog gewezen op een toelichting op de website van de Belastingdienst, inhoudende dat het AVBZ-tarief voor gepensioneerden 1,5% bedraagt. In dat verband overweegt het Gerecht dat uitlatingen gedaan door de Belastingdienst in het kader van een voorlichtende taak, zoals een toelichting op de website, de Inspecteur in beginsel niet binden (vgl. HR 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7267, r.o. 3.5.5).
4.5
Het beroep van belanghebbende dient derhalve ongegrond te worden verklaard.

5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

6.DE BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 16 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: NAf 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500