Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, ingezetene van Curaçao, ontving in 2016 een ABP-pensioen uit Nederland. Over dit pensioen werd door de Inspecteur terecht premie AOV/AWW geheven, ondanks dat voor de inkomstenbelasting een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting was verleend.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel had geschonden omdat in vergelijkbare gevallen artikel 12a Gezamenlijke beschikking wel werd toegepast na 2014, waardoor geen premie werd geheven. Het Gerecht oordeelde dat het niet aannemelijk was dat deze gevallen gelijk waren en dat de beoordeling van de meerderheidsregel moest plaatsvinden op het moment van het aanslagbiljet, waarbij de genoemde gevallen zich later voordeden en dus niet relevant waren.
De Inspecteur had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn, terwijl het bezwaar tijdig was ingediend. Het Gerecht vernietigde daarom de uitspraak op bezwaar, verklaarde het bezwaar inhoudelijk ongegrond en handhaafde de aanslag. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag premieheffing AOV/AWW 2016 wordt gehandhaafd en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.