Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Nieuw feit winstuitdeling 2006, 2007 en 2009
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van Halabi Management NV, kreeg navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd over 2006, 2007 en 2009. De Inspecteur stelde dat niet in rekening gebrachte rente over rekening-courantvorderingen als winstuitdeling moest worden belast. Belanghebbende voerde aan dat de Inspecteur reeds beschikte over de benodigde gegevens en daarom niet tot navordering mocht overgaan wegens ambtelijk verzuim.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur niet gehouden was tot nader onderzoek omdat de jaarrekeningen van de NV niet in het dossier van belanghebbende zaten en er geen geïntegreerde werkwijze was. De Inspecteur mocht uitgaan van de juistheid van de aangiften tenzij er gegronde twijfel bestond, wat hier niet het geval was. Voor de jaren 2006 en 2009 werd het beroep gegrond verklaard en de aanslagen verminderd, terwijl het beroep over 2007 werd afgewezen.
Daarnaast werd geoordeeld dat de commissarisbeloning niet navorderbaar was omdat deze al bekend was bij de Inspecteur bij het opleggen van de aanslag. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd gegeven door rechter mr. dr. A.J.H. van Suilen op 23 mei 2018.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2006 en 2009 worden vernietigd en verminderd, het beroep over 2007 wordt ongegrond verklaard.