Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
.
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Heffingsgrondslag
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende exploiteert een casino met speelautomaten uitgerust met billacceptors. De heffingsgrondslag voor het speelvergunningsrecht is volgens de heffingsambtenaar het bruto bedrag der ontvangsten, waarbij de 'bill drop' geldt als maatstaf. Belanghebbende betwist dit en stelt dat de grondslag de netto-ontvangst (de 'win') moet zijn, mede op basis van een vermeende toezegging in 2013.
Naheffingsaanslagen over 2013 tot en met 2017 en aanslagen over 2017 en 2018 zijn opgelegd en aangevochten. Het Gerecht oordeelt dat de bill drop als heffingsgrondslag moet worden gehanteerd en dat de netto-ontvangst niet als grondslag geldt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een toezegging is gedaan.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat er geen sprake is van meerdere vergelijkbare gevallen met afwijkende behandeling. De opbrengstlimiet uit de Wet Financiën is niet van toepassing op deze belasting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen speelvergunningsrecht wordt ongegrond verklaard.