ECLI:NL:OGEAA:2017:992
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke veroordeling tot betaling van geldvordering en rente aan RBC Royal Bank Aruba
De naamloze vennootschap RBC Royal Bank (Aruba) N.V. vorderde betaling van een geldbedrag van Afl. 11.401,84, vermeerderd met 18% rente vanaf 1 mei 2017 en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-- van twee gedaagden. Na een comparitie van partijen en nadere producties heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba het verzoek van RBC grotendeels toegewezen.
Het Gerecht oordeelde dat de vordering tot betaling van de hoofdsom en rente toewijsbaar is, maar wees de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af omdat niet is gebleken dat de gevorderde werkzaamheden buiten de normale voorbereiding van de procedure vielen. De aanmaningsbrieven vielen binnen het bereik van artikel 63a Rv, waardoor vergoeding niet zonder meer wordt toegekend.
De gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente, alsmede de proceskosten begroot op Afl. 3.359,97. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Eén van de gedaagden was niet verschenen, maar het vonnis is in aanwezigheid van de griffier uitgesproken op 13 december 2017.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van Afl. 11.401,84 met 18% rente en proceskosten van Afl. 3.359,97, met afwijzing van incassokostenvergoeding.