Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
23 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd bewezenverklaard van het aanwezig hebben van circa 12,35 gram cocaïne en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie op 14 januari 2022.
De politierechter had deze feiten bewezen verklaard op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de verdachte, proces-verbalen, een NFI-rapport en een deskundigenrapportage. De verdachte ontkende bewustheid van het vuurwapen en voerde twijfel aan over de bewijslast, met name over de aanwezigheid van zijn DNA op het wapen.
In hoger beroep bevestigde het hof het vonnis van de politierechter, maar zonder de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen in het arrest op te nemen. De raadsman van de verdachte had in hoger beroep vrijspraak bepleit, waardoor het hof volgens de Hoge Raad verplicht was om de bewijsmiddelen inhoudelijk te vermelden in het arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee tekort is geschoten en vernietigt het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens het ontbreken van een inhoudelijke weergave van bewijsmiddelen in het arrest.