ECLI:NL:HR:2026:932
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief de mogelijkheid geboden om dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres. Een later ingekomen brief van belanghebbende werd echter buiten beschouwing gelaten omdat deze na de gestelde termijn was ingediend.
De Hoge Raad past artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen daarvan.