Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:932

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
25/03389
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief de mogelijkheid geboden om dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres. Een later ingekomen brief van belanghebbende werd echter buiten beschouwing gelaten omdat deze na de gestelde termijn was ingediend.

De Hoge Raad past artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen daarvan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/03389
Datum12 juni 2026
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 augustus 2025, nr. BK-ARN 23/2809 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 23 september 2025 in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Deze brief is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Op 9 januari 2026 is een brief bij de Hoge Raad binnengekomen. Aangezien dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, laat de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing.
Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.