ECLI:NL:HR:2026:8

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
23/04502
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 6:4:4 SvArt. 456.1 RvArt. 538 RvArt. 539 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beslag en ontnemingsvordering

De zaak betreft een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam over een klaagschrift inzake beslag op geldbedragen en goederen onder verdenking van strafbare feiten zoals uitvoer van MDMA, hennepteelt, diefstal van stroom en witwassen.

Het hof had in een ontnemingszaak tegen een ander een onherroepelijke betalingsverplichting van € 779.841,73 opgelegd, waarna het conservatoir beslag op de betreffende goederen overging in executoriaal beslag. Hierdoor kon het Openbaar Ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen uitwinnen ten behoeve van de ontnemingsvordering.

De klaagster stelde dat de inbeslaggenomen goederen aan haar toebehoren en voerde daarom cassatieberoep aan. De Hoge Raad oordeelde echter dat zij geen belang meer had bij het cassatieberoep omdat het beslag inmiddels executoriaal was geworden en de wettelijke bepalingen omtrent verhaal en derdenbescherming van toepassing zijn. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na onherroepelijke ontnemingsbeschikking tegen een ander.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04502 B
Datum6 januari 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 7 november 2023, nummer 000530-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat M.A.M. Pijnenburg bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 januari 2026.