Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van uitvoer van MDMA, hennepkwekerij, diefstal van stroom en witwassen. Het hof legde een gevangenisstraf van 63 maanden op en onttrok een inbeslaggenomen boksbeugel en wapenstok aan het verkeer.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de maatregel van onttrekking aan het verkeer kennelijk heeft gegrond op artikel 36d Sr, maar zonder nadere motivering heeft vastgesteld dat de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Dit oordeel is onbegrijpelijk en leidt tot vernietiging van dat deel van het arrest.
Voorts stelt de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn is overschreden, wat leidt tot vermindering van de straf tot 59 maanden. De zaak wordt terugverwezen aan het hof voor hernieuwde beoordeling van de onttrekking aan het verkeer. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf tot 59 maanden en vernietigt het hofarrest voor de onttrekking aan het verkeer, met terugwijzing.