ECLI:NL:HR:2026:709
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2018
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 juni 2024, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 24 april 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.