Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van huurster hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een huurgeschil tussen EG Retail (huurster) en verhuurster over de kwalificatie van een onbemand tankstation als gebouwde onroerende zaak in het kader van het huurrecht. De huurovereenkomst, aangegaan in 2010 voor vijftien jaar, betreft een perceel met een onbemand verkooppunt voor motorbrandstoffen, inclusief brandstofpompen, ondergrondse tanks, een vloeistofdichte vloer en een luifel. De huurster plaatste een betaalpaal en bracht eigen reclame aan, maar deze betaalpaal maakt geen deel uit van het gehuurde.
De verhuurster zegde de huurovereenkomst in december 2021 op met ontruiming per 31 december 2024. De huurster stemde niet in met beëindiging. Zowel de kantonrechter als het hof wezen de vorderingen van verhuurster tot beëindiging en ontruiming toe. Het hof baseerde zich op de uitleg van het begrip gebouwde onroerende zaak zoals gegeven in de Landingsbaan-beschikking, waarbij een gebouw een bouwwerk is met een voor mensen toegankelijke, overdekte en omsloten ruimte. Het onbemande tankstation met luifel voldoet hier niet aan.
De Hoge Raad bevestigt dat dezelfde maatstaf geldt voor art. 7:230a BW en art. 7:290 BW Pro. Het gehuurde is geen gebouw in de zin van de Woningwet en de aanwezige constructies, zoals de luifel, zijn onvoldoende om het als gebouwde onroerende zaak te kwalificeren. De bestemming als tankstation en de kosten van aanleg zijn niet doorslaggevend. Het cassatieberoep wordt verworpen en de huurster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurster wordt verworpen; het onbemand tankstation is geen gebouwde onroerende zaak en de huurovereenkomst eindigt per 31 december 2024 met ontruiming.