Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, van een restaurant- of cafébedrijf, van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering voor roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is.”
“door of vanwege huurder uitsluitend worden bestemd om te worden gebruikt als TRAITEUR-/CATERINGBEDRIJF.”Het gaat om een ruimte ter grootte van 50 m2 (punt 1.1 van de huurovereenkomst). [huurster] heeft foto’s overgelegd waarop een toonbank te zien is waar goederen kunnen worden afgehaald. In dezelfde ruimte staan, tegen de zijmuur en op de vensterbank naast de voordeur, cateringspullen opgeslagen.
Ophalen bij onze keuken op Katendrecht om thuis op te warmen is ook mogelijk”;
erbij” te gaan doen. Toen [huurster] de toenmalige verhuurder Gemeente Rotterdam destijds verzocht de bedrijfsruimte voor haar traiteurplannen te mogen huren, was het voor de verhuurder een pluspunt dat zij haar cateringactiviteiten als vangnet voor haar winkelomzet wilde blijven voortzetten. Aanvankelijk was de ruimte vijf dagen per week geopend, maar dat was niet vol te houden wegens gebrek aan langslopend publiek, aldus [huurster] in haar verklaring. [huurster] verklaart daardoor al in 2011 gedwongen te zijn zich weer meer te gaan richten op de cateringactiviteiten. Over het daarna voortgezette gebruik van de bedrijfsruimte verklaart [ [huurster] ]: “
Na corona trok de catering enorm aan. Daar heb ik aanvankelijk voorrang aan gegeven. Ik was door mijn reserves heen en heb met de catering de onderneming er doorheen gesleept. Onze deuren staan inmiddels al weer een tijd drie dagen per week open voor het publiek.”;
3.Beoordeling van het middel
crew catering. Aldus heeft [huurster] gesteld dat de cateringactiviteiten vallen onder het begrip ‘ambachtsbedrijf’ en dat haar winkelruimte (‘een voor het publiek toegankelijk lokaal’) ook ten behoeve van de cateringactiviteiten wordt gebruikt. Verder heeft zij gesteld dat haar bedrijf in zijn geheel onder de reikwijdte van art. 7:290 BW Pro valt.
4.Beslissing
6 maart 2026.