Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Over het ernstig nadeel
3.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijke incidentele beroep
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beslissing
20 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en verblijft sinds 2008 in langdurige zorg. Vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag is hem door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor verplichte zorg, waaronder het toedienen van testosteronverlagende medicatie. Betrokkene verzette zich hiertegen via een klacht en een verzoekschrift, maar zowel de klachtencommissie als de rechtbank verklaarden deze ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de medicatie noodzakelijk is om ernstig nadeel voor betrokkene en anderen te voorkomen en dat de huidige situatie van afzondering in een herstelkamer uitzichtloos en inhumaan is. Alternatieven waren niet effectief gebleken. De Hoge Raad bevestigt dat het toedienen van deze medicatie een gerechtvaardigde maatregel is binnen de wettelijke kaders van de Wvggz en het EVRM, mits terughoudendheid wordt betracht.
Het cassatieberoep betrof onder meer de vraag naar de wettelijke grondslag en proportionaliteit van de maatregel. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd en dat de medicatie een laatste redmiddel is om de situatie te verbeteren. Het beroep wordt verworpen, waarmee de verplichte zorgrechtelijke maatregel blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de rechtmatigheid van de verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie.