Uitspraak
1.Geding in cassatie
Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Staatssecretaris heeft in het incidentele beroep een conclusie van repliek ingediend.
2.Uitgangspunten in cassatie
In de brief wordt de volgende gang van zaken voorgesteld:
3.De oordelen van het Hof
Het begrip fout in deze bepaling is neutraal en ruim bedoeld. Daaronder moet worden verstaan elke misslag die bij de Belastingdienst optreedt in verband met de aanslagregeling, zoals schrijf-, reken-, overname- en intoetsfouten, maar ook andere fouten, zoals fouten ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking van aangiften, indien het gevolg daarvan is dat de belastingschuld op een te laag bedrag is vastgesteld. [3]
6.Slotsom
Tussen partijen was niet in geschil dat de te weinig geheven belasting meer dan 30 procent van het verschuldigde bedrag aan belasting bedraagt. Daarmee wordt de fout geacht voor belanghebbende kenbaar te zijn geweest. Omdat navordering op grond van artikel 16, lid 2, aanhef en letter c, AWR kan plaatsvinden, moeten de navorderingsaanslag en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente worden gehandhaafd. De Rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank moet worden bevestigd.