Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:996

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
23/04918
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake riool- en afvalstoffenheffing 2019

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 november 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing over het jaar 2019 heeft behandeld.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 27 juni 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Deze uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de aanslagen riool- en afvalstoffenheffing opgelegd aan belanghebbende voor 2019, waarmee het geschil definitief is beslecht.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de aanslagen riool- en afvalstoffenheffing 2019 blijven in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/04918
Datum27 juni 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BLOEMENDAAL
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 november 2023, nr. 22/02457 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 20/2623) betreffende aan belanghebbende voor het jaar 2019 opgelegde aanslagen in de rioolheffing en in de afvalstoffenheffing.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R.M. Vermeulen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025.