ECLI:NL:HR:2025:959
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 juni 2023, waarin het hof het hoger beroep behandelde over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016, de beschikking belastingrente en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
De Staatssecretaris van Financiën had verweer gevoerd en belanghebbende had een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 20 juni 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.