ECLI:NL:HR:2025:85

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
16 januari 2025
Zaaknummer
24/00238
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen beslissing politie over inzet tolk-vertaler

In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld over de bevoegdheid van de politie om te besluiten een tolk-vertaler niet langer in te zetten voor politiewerkzaamheden. De kwestie betrof de vraag of deze beslissing onbevoegd was genomen, mede in het licht van mandaatbesluiten en de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2022 en het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2023. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de klachten nader te motiveren omdat zij niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een totaal van €10.406,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bevoegdheid van de politie om de inzet van de tolk-vertaler te beëindigen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00238
Datum17 januari 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: H. Boom,
tegen
DE POLITIE,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Politie,
advocaten: T. van Tatenhove en B.T.M. van der Wiel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/613883 / HA ZA 21-566 van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2022;
b. het arrest in de zaak 200.314.694/01 van het gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Politie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door E.W.T. Kerckhoffs en voor de Politie mede door R.G. Bloemberg.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Politie begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
17 januari 2025.