Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 mei 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak verzocht Swanenberg Beheer B.V. om tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van [verweerster]. Swanenberg stelde dat [verweerster] bij haar toelatingsverzoek onjuiste en tegenstrijdige feiten had aangevoerd, waardoor niet voldaan zou zijn aan de eis van goede trouw ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden.
De rechtbank en het hof Arnhem-Leeuwarden wezen het verzoek af. Het hof oordeelde dat er geen nieuwe feiten waren die het toelatingsverzoek hadden kunnen doen afwijzen en dat [verweerster] in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest. Swanenberg stelde echter dat het hof onterecht voorbij was gegaan aan essentiële stellingen over tegenstrijdigheden in de procedure en een te strenge maatstaf had gehanteerd voor het ontbreken van goede trouw.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof ’s-Hertogenbosch. De Hoge Raad stelde dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan de door Swanenberg aangevoerde tegenstrijdigheden en een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door goede trouw te beperken tot het niet innemen van opzettelijk onware stellingen en misbruik van recht. De zaak wordt nu inhoudelijk opnieuw behandeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.