ECLI:NL:HR:2025:711
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak verzet parkeerbelasting wegens niet-beoordeling tijdige indiening beroepschrift
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde naheffingsaanslagen parkeerbelasting op aan belanghebbende, die bezwaar maakte. De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraken op bezwaar. Tegen deze uitspraak werd verzet ingesteld door de heffingsambtenaar, die aanvoerde dat het beroepschrift onredelijk laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond zonder deze vraag te beantwoorden.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beoordeeld of het beroepschrift onredelijk laat was ingediend, terwijl dit argument in de verzetprocedure nog aangevoerd kon worden. Gelet op het lange tijdsverloop van ruim drieënhalf jaar tussen de onherroepelijke eerste uitspraak in beroep en het instellen van het nieuwe beroep, bestaat twijfel over de juistheid van de tweede uitspraak in beroep.
De Hoge Raad verklaart het principale beroep in cassatie gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank op het verzet en verklaart het verzet gegrond. De rechtbank wordt opgedragen het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Het incidentele beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzet gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt voortzetting van het onderzoek.